BWBR0022224
Geldig vanaf 2007-07-15
Artikel 2
Subsidieregeling maritieme haalbaarheids-, en innovatieprojecten module 2007 van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een maritiem MKB-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een maritiem MKB-project uitvoert of aan een MKB-ondernemer die voor eigen rekening en risico een maritiem MKB-project uitvoert dat past binnen de kaders van bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. In aanvulling op artikel 21 van de kaderregelingis de bedoelde penvoerder een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer. De penvoerder vraagt de subsidie aan.
3. De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.
4. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van dit artikel op de in artikel 3, vierde lidbedoelde periode ontvangen aanvragen bedraagt € 500.000.
5. Voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel, zijn de artikelen 5, 7, 8, 9, 11, 15 tot en met 23en 28 tot en met 32, 33, eerste tot en met derde en vijfde liden 34 van de kaderregelingvan toepassing.
6. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregelingis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregelingook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.
2. In aanvulling op artikel 21 van de kaderregelingis de bedoelde penvoerder een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer. De penvoerder vraagt de subsidie aan.
3. De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.
4. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van dit artikel op de in artikel 3, vierde lidbedoelde periode ontvangen aanvragen bedraagt € 500.000.
5. Voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel, zijn de artikelen 5, 7, 8, 9, 11, 15 tot en met 23en 28 tot en met 32, 33, eerste tot en met derde en vijfde liden 34 van de kaderregelingvan toepassing.
6. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregelingis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregelingook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.