BWBR0022160
Geldig vanaf 2013-12-10
Artikel 7.1
Regeling Geneesmiddelenwet
Voor de behandeling van een aanvraag om een handelsvergunning als bedoeld in artikel 3.1, is de aanvrager de volgende vergoeding verschuldigd:
a. € 67.110,– indien het een geneesmiddel met een nieuwe werkzame stof betreft;
b. € 35.250,– indien het een geneesmiddel met een bekende werkzame stof betreft;
c. € 8.870,– indien het een duplexaanvraag betreft;
d. € 1.840,– indien het een homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, derde lid, van de wet betreft;
e. € 3.680,– indien het een homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de wet betreft;
f. € 5.360,– indien het een traditioneel kruidengeneesmiddel als bedoeld in artikel 42, achtste lid, van de wet betreft.
a. € 67.110,– indien het een geneesmiddel met een nieuwe werkzame stof betreft;
b. € 35.250,– indien het een geneesmiddel met een bekende werkzame stof betreft;
c. € 8.870,– indien het een duplexaanvraag betreft;
d. € 1.840,– indien het een homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, derde lid, van de wet betreft;
e. € 3.680,– indien het een homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de wet betreft;
f. € 5.360,– indien het een traditioneel kruidengeneesmiddel als bedoeld in artikel 42, achtste lid, van de wet betreft.