BWBR0022133
Geldig vanaf 2007-06-29
Artikel 5
Uitvoeringswet EG-verordening liquidemiddelencontrole
1. Degene die uit hoofde van artikel 3 van de verordening verplicht is tot het doen van aangifte en deze aangifte niet, onvolledig of onjuist doet, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
2. Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting wordt aangemerkt als een bij de belastingwet gestelde verplichting en de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten worden aangemerkt als bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten, een en ander als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 76, derde lid, onder e, van die wetis met betrekking tot de in het eerste en tweede lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten niet van toepassing.
2. Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting wordt aangemerkt als een bij de belastingwet gestelde verplichting en de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten worden aangemerkt als bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten, een en ander als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 76, derde lid, onder e, van die wetis met betrekking tot de in het eerste en tweede lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten niet van toepassing.