BWBR0022133
Geldig vanaf 2007-06-29
Artikel 3
Uitvoeringswet EG-verordening liquidemiddelencontrole
1. De aangifte, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, wordt schriftelijk gedaan.
2. De identiteit van de aangever wordt vastgesteld met behulp van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
3. Bij regeling van Onze Minister van Financiën:
a. wordt een aangifteformulier vastgesteld;
b. worden regels gesteld omtrent de bij de uitvoering van de verordening: 1°. in aanmerking te nemen wisselkoers ter bepaling van de tegenwaarde in euro’s van liquide middelen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de verordening, waarvan het bedrag is uitgedrukt in een andere valuta;
2°. in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, onder a, van de verordening.
1°. in aanmerking te nemen wisselkoers ter bepaling van de tegenwaarde in euro’s van liquide middelen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de verordening, waarvan het bedrag is uitgedrukt in een andere valuta;
2°. in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, onder a, van de verordening.
4. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in afwijking van het eerste lid, regels worden gesteld op grond waarvan de in artikel 3, eerste lid, van de verordening bedoelde aangifte langs elektronische weg kan worden gedaan.
2. De identiteit van de aangever wordt vastgesteld met behulp van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
3. Bij regeling van Onze Minister van Financiën:
a. wordt een aangifteformulier vastgesteld;
b. worden regels gesteld omtrent de bij de uitvoering van de verordening: 1°. in aanmerking te nemen wisselkoers ter bepaling van de tegenwaarde in euro’s van liquide middelen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de verordening, waarvan het bedrag is uitgedrukt in een andere valuta;
2°. in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, onder a, van de verordening.
1°. in aanmerking te nemen wisselkoers ter bepaling van de tegenwaarde in euro’s van liquide middelen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de verordening, waarvan het bedrag is uitgedrukt in een andere valuta;
2°. in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, onder a, van de verordening.
4. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in afwijking van het eerste lid, regels worden gesteld op grond waarvan de in artikel 3, eerste lid, van de verordening bedoelde aangifte langs elektronische weg kan worden gedaan.