BWBR0022133
Geldig vanaf 2007-06-29
Artikel 2
Uitvoeringswet EG-verordening liquidemiddelencontrole
1. Bevoegde autoriteit in de zin van artikel 2, onderdeel 1, van de verordening is de inspecteur.
2. Bij een door de inspecteur verrichte controle van natuurlijke personen, hun bagage en hun vervoermiddelen op de voet van artikel 4, eerste lid, van de verordening, alsmede bij een door hem verrichte inbewaringneming van liquide middelen op de voet van artikel 4, tweede lid, van de verordening, zijn artikel 14 van het Communautair douanewetboek, alsmede hoofdstuk 2, paragrafen 2en 3, en de artikelen 23, 27en 29 van de Douanewet, van overeenkomstige toepassing. De inspecteur past zijn in de vorige volzin bedoelde bevoegdheden in dit verband slechts toe voorzover dat redelijkerwijs voor de controle op de naleving van de in artikel 3 van de verordening bedoelde aangifteplicht nodig is.
2. Bij een door de inspecteur verrichte controle van natuurlijke personen, hun bagage en hun vervoermiddelen op de voet van artikel 4, eerste lid, van de verordening, alsmede bij een door hem verrichte inbewaringneming van liquide middelen op de voet van artikel 4, tweede lid, van de verordening, zijn artikel 14 van het Communautair douanewetboek, alsmede hoofdstuk 2, paragrafen 2en 3, en de artikelen 23, 27en 29 van de Douanewet, van overeenkomstige toepassing. De inspecteur past zijn in de vorige volzin bedoelde bevoegdheden in dit verband slechts toe voorzover dat redelijkerwijs voor de controle op de naleving van de in artikel 3 van de verordening bedoelde aangifteplicht nodig is.