BWBR0021912
Geldig vanaf 2007-09-01
Artikel 13
Uitvoeringswet grondkamers
1. De Centrale Grondkamer houdt zitting en beslist met drie tot de rechterlijke macht behorende leden en twee niet tot de rechterlijke macht behorende deskundige leden.
2. Een van de tot de rechterlijke macht behorende leden treedt op als voorzitter.
3. Beschikkingen van de Centrale Grondkamer, genomen met een ander aantal personen dan in het eerste lid is vermeld, zijn nietig.
2. Een van de tot de rechterlijke macht behorende leden treedt op als voorzitter.
3. Beschikkingen van de Centrale Grondkamer, genomen met een ander aantal personen dan in het eerste lid is vermeld, zijn nietig.