BWBR0021774
Geldig vanaf 2006-02-10
Artikel 3
Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002
1. Een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager:
a. van wie de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest;
b. die ten minste 12 maanden zijn beroepsactiviteit als visser op dit vissersvaartuig heeft uitgeoefend;
c. die met de in onderdeel b bedoelde activiteit in de betrokken periode ten minste de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;
d. die op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst de leeftijd van 56 jaar nog niet heeft bereikt;
e. in voorkomend geval, 1° ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of
2° ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
1° ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of
2° ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
2. Van beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is geweest, is slechts sprake indien:
a. de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, voor deze sanering, naar aanleiding van een aanvraag, ingediend in de periode van 12 september tot en met 7 november 2005, een recht op subsidie heeft verkregen op grond van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005, en heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 8 van voornoemde regeling,
b. de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd in het tijdvak beginnende op de dag van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, en eindigende op de dag zes maanden na het ontstaan voor de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, van het vissersvaartuig van het recht op subsidie en
c. de ontslagvergunning van de Centrale organisatie werk en inkomen of de schriftelijke opzegging van de maatschapsovereenkomst als reden voor de beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst deze sanering vermeldt.
a. van wie de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest;
b. die ten minste 12 maanden zijn beroepsactiviteit als visser op dit vissersvaartuig heeft uitgeoefend;
c. die met de in onderdeel b bedoelde activiteit in de betrokken periode ten minste de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;
d. die op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst de leeftijd van 56 jaar nog niet heeft bereikt;
e. in voorkomend geval, 1° ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of
2° ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
1° ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of
2° ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
2. Van beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is geweest, is slechts sprake indien:
a. de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, voor deze sanering, naar aanleiding van een aanvraag, ingediend in de periode van 12 september tot en met 7 november 2005, een recht op subsidie heeft verkregen op grond van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005, en heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 8 van voornoemde regeling,
b. de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd in het tijdvak beginnende op de dag van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, en eindigende op de dag zes maanden na het ontstaan voor de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, van het vissersvaartuig van het recht op subsidie en
c. de ontslagvergunning van de Centrale organisatie werk en inkomen of de schriftelijke opzegging van de maatschapsovereenkomst als reden voor de beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst deze sanering vermeldt.