BWBR0021774
Geldig vanaf 2006-02-10
Artikel 10
Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002
1. De aanvraag tot verstrekking van een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt ingediend bij de Dienst Regelingen op een daartoe bestemd formulier.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van:
a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is;
b. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 4, onderdelen b, c, d en e.
3. De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het vorig lid vereiste gegevens een beschikking omtrent verstrekking van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
4. De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage toont binnen een termijn van drie maanden na de beschikking tot verstrekking van de bijdrage ten genoegen van de minister aan dat hij zijn werkzaamheden als visser definitief heeft beëindigd.
5. De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage is verplicht desgevraagd aanvullende gegevens terstond te verschaffen.
6. Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, stelt de minister de bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, vast.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van:
a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is;
b. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 4, onderdelen b, c, d en e.
3. De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het vorig lid vereiste gegevens een beschikking omtrent verstrekking van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
4. De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage toont binnen een termijn van drie maanden na de beschikking tot verstrekking van de bijdrage ten genoegen van de minister aan dat hij zijn werkzaamheden als visser definitief heeft beëindigd.
5. De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage is verplicht desgevraagd aanvullende gegevens terstond te verschaffen.
6. Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, stelt de minister de bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, vast.