BWBR0021670
Geldig vanaf 2007-10-17
Artikel 118
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens EG-verordeningen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-richtlijnen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-beschikkingen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een overeenkomst betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn alsmede daarmee samenhangende activiteiten tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie.
5. De regels bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kunnen betrekking hebben op:
a. de procedures en termijnen voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
b. de wijze van onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
c. de wijze van beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
d. het verpakken of etiketteren van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
e. de gevolgen die worden verbonden aan de effecten op mens, dier, plant, of milieu van productie van, handel in, opslag van, of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
f. de wijze van toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
g. het verlenen, schorsen en intrekken van certificaten, erkenningen, vergunningen en getuigschriften van vakbekwaamheid;
h. het erkennen van examens of instanties;
i. het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn;
j. nadere regels ter uitvoering van verordening (EU) 2017/625.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-richtlijnen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-beschikkingen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een overeenkomst betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn alsmede daarmee samenhangende activiteiten tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie.
5. De regels bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kunnen betrekking hebben op:
a. de procedures en termijnen voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
b. de wijze van onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
c. de wijze van beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
d. het verpakken of etiketteren van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
e. de gevolgen die worden verbonden aan de effecten op mens, dier, plant, of milieu van productie van, handel in, opslag van, of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
f. de wijze van toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
g. het verlenen, schorsen en intrekken van certificaten, erkenningen, vergunningen en getuigschriften van vakbekwaamheid;
h. het erkennen van examens of instanties;
i. het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn;
j. nadere regels ter uitvoering van verordening (EU) 2017/625.