BWBR0021086
Geldig vanaf 2007-02-01
Artikel 78
Regeling meetreservoirs, vloeistofhoogtemeters en discontinue brandstofmeters
De blootstelling aan omgevingscondities van elektronische inrichtingen bestaat uit:
a. een voedingsspanning, variërend tussen –15% en +10% van de nominale voedingsspanning;
b. 10 onderbrekingen en reducties van de voedingsspanning, waarbij, uitgaande van een netfrequentie van 50 Hz en een nominale spanning met een effectieve waarde van 230 V, de amplitude wordt teruggebracht tot: 1°. 0 V gedurende een halve periode,
2°. 115 V (50%) gedurende één periode, waarbij het tijdsinterval tussen twee onderbrekingen ten minste 10 seconden bedraagt;
1°. 0 V gedurende een halve periode,
2°. 115 V (50%) gedurende één periode, waarbij het tijdsinterval tussen twee onderbrekingen ten minste 10 seconden bedraagt;
c. pulsvormige netverontreiniging, waarbij op de voedingsspanning een burst wordt gesuperponeerd, die voldoet aan onderstaande specificaties, zowel in common mode als in differential mode: – piekwaarde (V): 1000
– stijgtijd (ns): 5
– tijdsduur halve piekwaarde (ns): 50
– totale burstlengte (ms): 15
– herhalingsinterval (ms): 300,
– waarbij in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve spanningspieken worden aangebracht;
– piekwaarde (V): 1000
– stijgtijd (ns): 5
– tijdsduur halve piekwaarde (ns): 50
– totale burstlengte (ms): 15
– herhalingsinterval (ms): 300,
– waarbij in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve spanningspieken worden aangebracht;
d. ten minste 10 ontladingen via de elektronische inrichting, die tot stand komen, nadat een capaciteit van 150 pF door een gelijkspanningsbron tot 8 kV is opgeladen, door de capaciteit met een elektrostatische lading van 1,2 μC te ontladen door een aansluiting met het geaarde chassis te verbinden en de andere aansluiting via een weerstand van 150 Ω naar een vlak van de elektronische inrichting, waarbij het tijdsinterval tussen twee opeenvolgende ontladingen ten minste 10 seconden bedraagt, met dien verstande dat elektronische inrichtingen die niet met een geaard chassis zijn uitgevoerd, op een geaarde plaat worden gezet, welke ten minste 0,1 m uitsteekt aan alle zijden van de inrichting;
e. een veldsterkte van 10 V/m, 50% AM-gemoduleerd met een blokgolf welke een frequentie heeft van 1 kHz, die wordt aangebracht in het frequentiegebied van 0,1 MHz tot 1 GHz, waarbij ten minste 1 m van de horizontaal vanaf de elektronische inrichting weglopende externe bekabeling tijdens de proef aan het veld wordt blootgesteld.
a. een voedingsspanning, variërend tussen –15% en +10% van de nominale voedingsspanning;
b. 10 onderbrekingen en reducties van de voedingsspanning, waarbij, uitgaande van een netfrequentie van 50 Hz en een nominale spanning met een effectieve waarde van 230 V, de amplitude wordt teruggebracht tot: 1°. 0 V gedurende een halve periode,
2°. 115 V (50%) gedurende één periode, waarbij het tijdsinterval tussen twee onderbrekingen ten minste 10 seconden bedraagt;
1°. 0 V gedurende een halve periode,
2°. 115 V (50%) gedurende één periode, waarbij het tijdsinterval tussen twee onderbrekingen ten minste 10 seconden bedraagt;
c. pulsvormige netverontreiniging, waarbij op de voedingsspanning een burst wordt gesuperponeerd, die voldoet aan onderstaande specificaties, zowel in common mode als in differential mode: – piekwaarde (V): 1000
– stijgtijd (ns): 5
– tijdsduur halve piekwaarde (ns): 50
– totale burstlengte (ms): 15
– herhalingsinterval (ms): 300,
– waarbij in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve spanningspieken worden aangebracht;
– piekwaarde (V): 1000
– stijgtijd (ns): 5
– tijdsduur halve piekwaarde (ns): 50
– totale burstlengte (ms): 15
– herhalingsinterval (ms): 300,
– waarbij in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve spanningspieken worden aangebracht;
d. ten minste 10 ontladingen via de elektronische inrichting, die tot stand komen, nadat een capaciteit van 150 pF door een gelijkspanningsbron tot 8 kV is opgeladen, door de capaciteit met een elektrostatische lading van 1,2 μC te ontladen door een aansluiting met het geaarde chassis te verbinden en de andere aansluiting via een weerstand van 150 Ω naar een vlak van de elektronische inrichting, waarbij het tijdsinterval tussen twee opeenvolgende ontladingen ten minste 10 seconden bedraagt, met dien verstande dat elektronische inrichtingen die niet met een geaard chassis zijn uitgevoerd, op een geaarde plaat worden gezet, welke ten minste 0,1 m uitsteekt aan alle zijden van de inrichting;
e. een veldsterkte van 10 V/m, 50% AM-gemoduleerd met een blokgolf welke een frequentie heeft van 1 kHz, die wordt aangebracht in het frequentiegebied van 0,1 MHz tot 1 GHz, waarbij ten minste 1 m van de horizontaal vanaf de elektronische inrichting weglopende externe bekabeling tijdens de proef aan het veld wordt blootgesteld.