BWBR0021086
Geldig vanaf 2007-02-01
Artikel 26
Regeling meetreservoirs, vloeistofhoogtemeters en discontinue brandstofmeters
1. Het certificaat van meting, bedoeld in artikel 8, vermeldt:
a. het nummer van het meetreservoir;
b. de naam van de eigenaar en de plaats van opstelling van het meetreservoir;
c. de kleinste door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid, dan wel het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof;
d. de constructieve en de meettechnische bijzonderheden van het meetreservoir, welke voor de meting van enig belang zijn;
e. een tabel of tabellen, waarin de betrekkingen tussen de hoeveelheden vloeistof die zich in het meetreservoir bevinden en de hoogten van de vloeistofspiegels zijn vermeld;
f. indien het meetreservoir is voorzien van meer meetopeningen: het verband tussen de hoogten van de vloeistofspiegels, welke in de onder e bedoelde tabellen zijn vermeld, en de hoogten van de vloeistofspiegels, gemeten in elk van de meetopeningen;
2. De vermelding, bedoeld in het eerste lid, onder c, blijft achterwege, indien het meetreservoir uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud.
a. het nummer van het meetreservoir;
b. de naam van de eigenaar en de plaats van opstelling van het meetreservoir;
c. de kleinste door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid, dan wel het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof;
d. de constructieve en de meettechnische bijzonderheden van het meetreservoir, welke voor de meting van enig belang zijn;
e. een tabel of tabellen, waarin de betrekkingen tussen de hoeveelheden vloeistof die zich in het meetreservoir bevinden en de hoogten van de vloeistofspiegels zijn vermeld;
f. indien het meetreservoir is voorzien van meer meetopeningen: het verband tussen de hoogten van de vloeistofspiegels, welke in de onder e bedoelde tabellen zijn vermeld, en de hoogten van de vloeistofspiegels, gemeten in elk van de meetopeningen;
2. De vermelding, bedoeld in het eerste lid, onder c, blijft achterwege, indien het meetreservoir uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud.