BWBR0020892
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 5a
Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. De opgave van de verworven pensioenaanspraken die op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>wordt verstrekt betreft, voor zover het de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling betreft, het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal.
2. De opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling die op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/51" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 51, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>wordt verstrekt betreft onder meer het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd.
3. De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken die op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>wordt verstrekt bevat onder meer een indicatie van het te bereiken voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal op de pensioendatum en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd.
4. Bij de in het derde lid bedoelde informatie wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de wijze van financieren.
2. De opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling die op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/51" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 51, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>wordt verstrekt betreft onder meer het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd.
3. De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken die op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>wordt verstrekt bevat onder meer een indicatie van het te bereiken voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal op de pensioendatum en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd.
4. Bij de in het derde lid bedoelde informatie wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de wijze van financieren.