BWBR0020892
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 1h
Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. De uitvoerder heeft een solidariteitsreserve of, indien van toepassing, risicodelingsreserve voor iedere afzonderlijke pensioenregeling of kan, indien kruissubsidiëring tussen de pensioenregelingen niet kan voorkomen, een reserve hebben voor meerdere pensioenregelingen.
2. De uitvoerder berekent voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in het kader van de toetsing van evenwichtigheid de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding en onderbouwt dat deze baten en lasten in lijn zijn met de doelstellingen van de reserve. Het inzichtelijk maken van deze kwantitatieve effecten wordt toegelicht, waarbij de baten en lasten voor de cohorten met en zonder de reserve worden vergeleken. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse.
3. De evenwichtigheid van afspraken rond de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve wordt door de uitvoerder beoordeeld en in de besluitvorming onderbouwd. Onder evenwichtigheid wordt onder meer verstaan dat bij de inrichting van de reserve op voorhand wordt voorkomen dat een bepaalde generatie binnen een pensioenregeling uitsluitend baten of lasten heeft van de reserve. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse.
4. De uitvoerder legt de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in beginsel vast voor een periode van minimaal vijf jaar. Bij bijzondere omstandigheden kan van deze minimale termijn afgeweken worden. De uitvoerder onderbouwt dat deze afwijking van de minimale termijn in het belang van alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden is.
5. De uitvoerder past het tweede en derde lid toe bij vaststelling van de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, bij wijziging van de inrichting van de reserve of bij een wijziging van het beleid of het deelnemersbestand indien de wijziging relevant is voor de doelstellingen of regels voor het vullen van en uitdelen uit de reserve.
6. Indien van toepassing legt de uitvoerder van tevoren vast bij welk inflatieniveau sprake is van afdekking van onverwachte inflatie via de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. De uitvoerder onderbouwt dit inflatieniveau op basis van objectief te verifiëren informatie.
7. De vaststelling of de omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve blijft binnen de maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de reserve, vindt plaats op 31 december van enig jaar.
8. Als bij een risicodelingsreserve wordt ingelegd uit vermogen bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit vermogen niet meer dan het verschil tussen het percentage dat op grond van het pensioenreglement het voorgaande jaar uit premie is ingelegd en 10%.
9. Ter voorkoming van het verminderen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/134" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet</a>of <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 129, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, kan een fonds het eigen vermogen aanvullen door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve te verminderen tot het bedrag waarop het fonds beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020871/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen</a>. Een fonds kan dit in ieder geval doen voor zover het niet beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen als gevolg van de hoogte van de operationele kosten. Het eigen vermogen kan enkel worden aangevuld door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. het fonds is overeenkomstig artikel 11a, derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen gehouden om maatregelen te nemen; of
b. het fonds is overeenkomstig artikel 140, eerste lid, eerste zin, van de Pensioenwet of artikel 135, eerste lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gehouden om maatregelen te nemen.
10. De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht.
2. De uitvoerder berekent voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in het kader van de toetsing van evenwichtigheid de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding en onderbouwt dat deze baten en lasten in lijn zijn met de doelstellingen van de reserve. Het inzichtelijk maken van deze kwantitatieve effecten wordt toegelicht, waarbij de baten en lasten voor de cohorten met en zonder de reserve worden vergeleken. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse.
3. De evenwichtigheid van afspraken rond de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve wordt door de uitvoerder beoordeeld en in de besluitvorming onderbouwd. Onder evenwichtigheid wordt onder meer verstaan dat bij de inrichting van de reserve op voorhand wordt voorkomen dat een bepaalde generatie binnen een pensioenregeling uitsluitend baten of lasten heeft van de reserve. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse.
4. De uitvoerder legt de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in beginsel vast voor een periode van minimaal vijf jaar. Bij bijzondere omstandigheden kan van deze minimale termijn afgeweken worden. De uitvoerder onderbouwt dat deze afwijking van de minimale termijn in het belang van alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden is.
5. De uitvoerder past het tweede en derde lid toe bij vaststelling van de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, bij wijziging van de inrichting van de reserve of bij een wijziging van het beleid of het deelnemersbestand indien de wijziging relevant is voor de doelstellingen of regels voor het vullen van en uitdelen uit de reserve.
6. Indien van toepassing legt de uitvoerder van tevoren vast bij welk inflatieniveau sprake is van afdekking van onverwachte inflatie via de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. De uitvoerder onderbouwt dit inflatieniveau op basis van objectief te verifiëren informatie.
7. De vaststelling of de omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve blijft binnen de maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de reserve, vindt plaats op 31 december van enig jaar.
8. Als bij een risicodelingsreserve wordt ingelegd uit vermogen bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit vermogen niet meer dan het verschil tussen het percentage dat op grond van het pensioenreglement het voorgaande jaar uit premie is ingelegd en 10%.
9. Ter voorkoming van het verminderen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/134" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet</a>of <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 129, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, kan een fonds het eigen vermogen aanvullen door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve te verminderen tot het bedrag waarop het fonds beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020871/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen</a>. Een fonds kan dit in ieder geval doen voor zover het niet beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen als gevolg van de hoogte van de operationele kosten. Het eigen vermogen kan enkel worden aangevuld door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. het fonds is overeenkomstig artikel 11a, derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen gehouden om maatregelen te nemen; of
b. het fonds is overeenkomstig artikel 140, eerste lid, eerste zin, van de Pensioenwet of artikel 135, eerste lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gehouden om maatregelen te nemen.
10. De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht.