BWBR0020700
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 4:4
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. De financiële onderneming beschikt over procedures om te waarborgen dat haar interne modellen op adequate wijze zijn gevalideerd, zodat deze modellen qua concept solide zijn en alle risico’s van betekenis weergeven.
2. De validatie geschiedt door voldoende gekwalificeerde partijen die niet bij het ontwikkelingsproces van de procedures, zoals bedoeld in het eerste lid, betrokken zijn.
3. De validatie vindt plaats bij de initiële ontwikkeling van het interne model en wanneer er significante wijzigingen in het interne model worden aangebracht.
4. De validatie vindt periodiek plaats, maar vooral wanneer de markt significante structurele veranderingen of de samenstelling van de portefeuille wijzigingen heeft ondergaan die ertoe kunnen leiden dat het interne model niet langer adequaat is.
5. De financiële onderneming maakt gebruik van de vorderingen op het gebied van technieken en optimale werkwijzen naarmate deze vorderingen zich voordoen.
6. De validatie van het interne model blijft niet beperkt tot het uitvoeren van back-testing, als bedoeld in artikel 4:5, maar omvat ten minste ook de volgende aspecten:
a. er worden tests verricht die aantonen dat de in het kader van het interne model gehanteerde aannames adequaat zijn en het risico niet onder- of overschatten;
b. naast de wettelijk vereiste programma’s van achteraf uit te voeren tests verricht de financiële onderneming eigen tests voor de validatie van het interne model gerelateerd aan de risico’s en structuur van haar portefeuilles; en
c. er worden hypothetische portefeuilles gebruikt om er zeker van te zijn dat het interne model in staat is rekening te houden met eventuele bijzondere structurele kenmerken, zoals basisrisico’s van betekenis en concentratierisico.
2. De validatie geschiedt door voldoende gekwalificeerde partijen die niet bij het ontwikkelingsproces van de procedures, zoals bedoeld in het eerste lid, betrokken zijn.
3. De validatie vindt plaats bij de initiële ontwikkeling van het interne model en wanneer er significante wijzigingen in het interne model worden aangebracht.
4. De validatie vindt periodiek plaats, maar vooral wanneer de markt significante structurele veranderingen of de samenstelling van de portefeuille wijzigingen heeft ondergaan die ertoe kunnen leiden dat het interne model niet langer adequaat is.
5. De financiële onderneming maakt gebruik van de vorderingen op het gebied van technieken en optimale werkwijzen naarmate deze vorderingen zich voordoen.
6. De validatie van het interne model blijft niet beperkt tot het uitvoeren van back-testing, als bedoeld in artikel 4:5, maar omvat ten minste ook de volgende aspecten:
a. er worden tests verricht die aantonen dat de in het kader van het interne model gehanteerde aannames adequaat zijn en het risico niet onder- of overschatten;
b. naast de wettelijk vereiste programma’s van achteraf uit te voeren tests verricht de financiële onderneming eigen tests voor de validatie van het interne model gerelateerd aan de risico’s en structuur van haar portefeuilles; en
c. er worden hypothetische portefeuilles gebruikt om er zeker van te zijn dat het interne model in staat is rekening te houden met eventuele bijzondere structurele kenmerken, zoals basisrisico’s van betekenis en concentratierisico.
- Citeren als
- Art. 4:4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl