BWBR0020546
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 3
Besluit instelling Kustwacht
1. Er is een directeur Kustwacht.
2. De directeur Kustwacht:
a. wordt benoemd door de Minister van Defensie, gehoord de Raad voor de Kustwacht;
b. heeft de dagelijkse leiding over de Kustwacht;
c. stelt op basis van het Handhavingsplan en het Dienstverleningsplan het Activiteitenplan en Begroting en het Informatieplan Kustwacht op;
d. draagt zorg voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door de Ministerraad opgedragen taken, zoals vastgesteld in het Activiteitenplan en Begroting en binnen de financiële randvoorwaarden daarvan;
e. legt aan de Raad voor de Kustwacht verantwoording af over de realisatie van het Activiteitenplan en Begroting en stelt hiertoe viermaandelijks een voortgangsrapportage en een jaarverslag op;
f. geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de Raad voor de Kustwacht ten aanzien van zaken die voor de uitvoering van de taken van de Kustwacht van belang zijn;
g. adviseert de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee en de Directeur-generaal Rijkswaterstaat;
h. volgt met betrekking tot de hem opgedragen taken de aanwijzingen op van de Raad voor de Kustwacht.
2. De directeur Kustwacht:
a. wordt benoemd door de Minister van Defensie, gehoord de Raad voor de Kustwacht;
b. heeft de dagelijkse leiding over de Kustwacht;
c. stelt op basis van het Handhavingsplan en het Dienstverleningsplan het Activiteitenplan en Begroting en het Informatieplan Kustwacht op;
d. draagt zorg voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door de Ministerraad opgedragen taken, zoals vastgesteld in het Activiteitenplan en Begroting en binnen de financiële randvoorwaarden daarvan;
e. legt aan de Raad voor de Kustwacht verantwoording af over de realisatie van het Activiteitenplan en Begroting en stelt hiertoe viermaandelijks een voortgangsrapportage en een jaarverslag op;
f. geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de Raad voor de Kustwacht ten aanzien van zaken die voor de uitvoering van de taken van de Kustwacht van belang zijn;
g. adviseert de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee en de Directeur-generaal Rijkswaterstaat;
h. volgt met betrekking tot de hem opgedragen taken de aanwijzingen op van de Raad voor de Kustwacht.