BWBR0020546
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 17
Besluit instelling Kustwacht
1. De Directeur Kustwacht heeft, overeenkomstig het Activiteitenplan en Begroting, de beschikking over schepen en vliegtuigen met hun bemanningen afkomstig van de betrokken diensten.
2. De in het eerste lid bedoelde capaciteit aan schepen en vliegtuigen kan alleen dan voor niet-Kustwachttaken ingezet worden wanneer de Directeur Kustwacht heeft aangegeven dat de uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting zulks toelaat.
3. De Directeur Kustwacht kan, ingeval van opsporing en redding, rampenbestrijding, dringend noodzakelijke opsporing van strafbare feiten en incidenten, op eerste aanzegging onmiddellijk de beschikking krijgen over één of meer van de in het eerste lid bedoelde schepen of vliegtuigen. De Directeur Kustwacht legt hierover achteraf verantwoording af aan het Kustwachtdriemanschap.
4. De Directeur Kustwacht kan met derden (niet zijnde de betrokken diensten) bindende afspraken maken over het aan hem ter beschikking stellen van schepen en vliegtuigen met hun bemanning.
5. De Directeur Kustwacht bepaalt de wijze waarop de hem ter beschikking staande schepen en vliegtuigen worden ingezet, onverlet de verantwoordelijkheid van de gezagvoerders voor de veiligheid van hun schip dan wel vliegtuig en hun bemanning.
6. De schepen en vliegtuigen bedoeld in het eerste lid zijn in Kustwachtkleuren geschilderd, respectievelijk zijn voorzien van het Kustwachtlogo. De schepen en vliegtuigen bedoeld in het vierde lid voeren de Kustwachtvlag, onderscheidenlijk zijn van het Kustwachtlogo voorzien.
2. De in het eerste lid bedoelde capaciteit aan schepen en vliegtuigen kan alleen dan voor niet-Kustwachttaken ingezet worden wanneer de Directeur Kustwacht heeft aangegeven dat de uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting zulks toelaat.
3. De Directeur Kustwacht kan, ingeval van opsporing en redding, rampenbestrijding, dringend noodzakelijke opsporing van strafbare feiten en incidenten, op eerste aanzegging onmiddellijk de beschikking krijgen over één of meer van de in het eerste lid bedoelde schepen of vliegtuigen. De Directeur Kustwacht legt hierover achteraf verantwoording af aan het Kustwachtdriemanschap.
4. De Directeur Kustwacht kan met derden (niet zijnde de betrokken diensten) bindende afspraken maken over het aan hem ter beschikking stellen van schepen en vliegtuigen met hun bemanning.
5. De Directeur Kustwacht bepaalt de wijze waarop de hem ter beschikking staande schepen en vliegtuigen worden ingezet, onverlet de verantwoordelijkheid van de gezagvoerders voor de veiligheid van hun schip dan wel vliegtuig en hun bemanning.
6. De schepen en vliegtuigen bedoeld in het eerste lid zijn in Kustwachtkleuren geschilderd, respectievelijk zijn voorzien van het Kustwachtlogo. De schepen en vliegtuigen bedoeld in het vierde lid voeren de Kustwachtvlag, onderscheidenlijk zijn van het Kustwachtlogo voorzien.