BWBR0020415
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 4e
Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft
1. De artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II inzake de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste onderscheidenlijk de niet-naleving van dat vereiste zijn van toepassing op elke Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die de dochteronderneming is van een andere verzekeraar indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, onderdelen a tot en met d, van genoemde richtlijn en de moederonderneming een aanvraag tot toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn heeft gedaan en deze aanvraag is ingewilligd overeenkomstig de procedure van artikel 237 van die richtlijn.
2. De moederonderneming informeert de groepstoezichthouder en de Nederlandsche Bank indien niet langer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II is voldaan. In dat geval, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt op grond van een verrichte verificatie, presenteert de moederonderneming een plan om binnen een passende termijn opnieuw aan al die voorwaarden te voldoen.
3. De toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II eindigt overeenkomstig artikel 240, eerste lid, van de richtlijn, indien niet langer aan alle voorwaarden is voldaan en de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat het in het tweede lid bedoelde plan ontoereikend is of niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd.
2. De moederonderneming informeert de groepstoezichthouder en de Nederlandsche Bank indien niet langer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II is voldaan. In dat geval, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt op grond van een verrichte verificatie, presenteert de moederonderneming een plan om binnen een passende termijn opnieuw aan al die voorwaarden te voldoen.
3. De toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II eindigt overeenkomstig artikel 240, eerste lid, van de richtlijn, indien niet langer aan alle voorwaarden is voldaan en de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat het in het tweede lid bedoelde plan ontoereikend is of niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd.