BWBR0020415
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 23
Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft
1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:296, eerste lid, van de wetberekent de aanvullende kapitaaltoereikendheid van het financieel conglomeraat in overeenstemming met de ingevolge dit hoofdstuk voorgeschreven regels.
2. De onderneming past voor de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheid een van de in bijlage Bbij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe.
3. De aanvullende kapitaaltoereikendheid is voldoende indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, niet negatief is.
4. Onverminderd het tweede lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financieel conglomeraat, besluiten welke van die methoden de onderneming voor de berekening toepast.
2. De onderneming past voor de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheid een van de in bijlage Bbij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe.
3. De aanvullende kapitaaltoereikendheid is voldoende indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, niet negatief is.
4. Onverminderd het tweede lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financieel conglomeraat, besluiten welke van die methoden de onderneming voor de berekening toepast.