Artikel 1
De Levensloopregeling rijkspersoneelis, met uitzondering van de artikelen 2.1.5, eerste lid, onder d, 7.1.1en 7.2.1, van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur, met dien verstande dat:
a. onder ambtenaar wordt verstaan: de rechterlijk ambtenaar;
b. onder bevoegd gezag wordt verstaan: de functionele autoriteit;
c. onder bezoldiging, salaris, salaris per uur en vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde;
d. onder vakantie wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; en
e. onder de vergoeding op grond van artikel 23b, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt verstaan: de vergoeding op grond van artikel 33, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijk ambtenaar;
f. onder artikel 129a, tweede lid, van het ARAR, wordt verstaan: artikel 33fa, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
a. onder ambtenaar wordt verstaan: de rechterlijk ambtenaar;
b. onder bevoegd gezag wordt verstaan: de functionele autoriteit;
c. onder bezoldiging, salaris, salaris per uur en vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde;
d. onder vakantie wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; en
e. onder de vergoeding op grond van artikel 23b, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt verstaan: de vergoeding op grond van artikel 33, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijk ambtenaar;
f. onder artikel 129a, tweede lid, van het ARAR, wordt verstaan: artikel 33fa, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.