BWBR0020233
Geldig vanaf 2006-09-06
Artikel 3
Levensloopregeling sector Rechterlijke Macht
1. Op de tot 1 januari 2006 opgebouwde aanspraken op compensatie in vrije dagen blijft het <a href="/wet/BWBR0008344" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 november 1996</a>, kenmerk AD96/U1026 (Stcrt. 233), zoals dat luidde op 31 december 2005, van overeenkomstige toepassing voor zover de aanspraken niet zijn omgezet in aanspraken ingevolge deze regeling.
2. De waarde van de gespaarde compensatie in vrije dagen kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding worden toegevoegd aan het levenslooptegoed, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.
3. De waarde van de gespaarde compensatie in vrije dagen, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend op basis van het salaris per uur dat de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding geniet op de eerste dag van de maand waarin het in het tweede lid bedoelde verzoek is ontvangen.
2. De waarde van de gespaarde compensatie in vrije dagen kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding worden toegevoegd aan het levenslooptegoed, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.
3. De waarde van de gespaarde compensatie in vrije dagen, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend op basis van het salaris per uur dat de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding geniet op de eerste dag van de maand waarin het in het tweede lid bedoelde verzoek is ontvangen.