BWBR0020233
Geldig vanaf 2006-09-06
Artikel 4
Levensloopregeling sector Rechterlijke Macht
1. Op de tot 1 januari 2006 opgebouwde aanspraken op spaarverlof blijft de <a href="/wet/BWBR0016510" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling van de Minister van Justitie van 17 maart 2004, nr. 5270412, tot invoering van de mogelijkheid tot verlofsparen voor de sector Rechterlijke Macht</a>(Stcrt. 60), zoals die luidde op 31 december 2005, van toepassing, voor zover die aanspraken niet zijn omgezet in aanspraken ingevolge deze regeling.
2. Het saldo van de verlofspaarrekening als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0016510" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling van de Minister van Justitie van 17 maart 2004, nr. 5270412, tot invoering van de mogelijkheid tot verlofsparen sector Rechterlijke Macht</a>(Stcrt. 60), kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding worden toegevoegd aan het levenslooptegoed.
2. Het saldo van de verlofspaarrekening als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0016510" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling van de Minister van Justitie van 17 maart 2004, nr. 5270412, tot invoering van de mogelijkheid tot verlofsparen sector Rechterlijke Macht</a>(Stcrt. 60), kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding worden toegevoegd aan het levenslooptegoed.