BWBR0020229
Geldig vanaf 2006-09-20
Artikel 4
Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming
1. De klager kan zijn klacht binnen zes weken nadat de raad zijn beslissing heeft genomen of ingevolge artikel 9:11 van de Algemene wet bestuursrechthad behoren te nemen, aan de klachtencommissie voorleggen. Een klacht die na afloop van deze termijn is ingediend, kan alsnog in behandeling worden genomen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. De klachtencommissie bevestigt onverwijld de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk. In deze bevestiging is de mededeling opgenomen dat de klager zich bij de behandeling van de klacht kan doen bijstaan door een raadsman of een vertrouwenspersoon.
3. Indien de klacht verband houdt met een aangelegenheid waarover de raad een verzoek bij de rechter heeft ingediend of de rechter adviseert en de rechter over die aangelegenheid nog geen beslissing heeft genomen, stelt de raad na ontvangst van bericht door de klachtencommissie, de rechter onverwijld schriftelijk in kennis van het indienen van de klacht bij de klachtencommissie.
2. De klachtencommissie bevestigt onverwijld de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk. In deze bevestiging is de mededeling opgenomen dat de klager zich bij de behandeling van de klacht kan doen bijstaan door een raadsman of een vertrouwenspersoon.
3. Indien de klacht verband houdt met een aangelegenheid waarover de raad een verzoek bij de rechter heeft ingediend of de rechter adviseert en de rechter over die aangelegenheid nog geen beslissing heeft genomen, stelt de raad na ontvangst van bericht door de klachtencommissie, de rechter onverwijld schriftelijk in kennis van het indienen van de klacht bij de klachtencommissie.