BWBR0020229
Geldig vanaf 2006-09-20
Artikel 3
Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming
1. Alvorens een klacht aan de klachtencommissie voor te leggen, dient de klager over de gedraging een klacht in bij de raad, tenzij de klacht betrekking heeft op de wijze van klachtbehandeling door de raad.
2. Indien naar het oordeel van de klachtencommissie ten aanzien van de in het klaagschrift bedoelde gedraging voor de klager de mogelijkheid openstaat de klacht in te dienen bij de raad of bij Onze Minister indien het een klacht tegen de algemeen directeur betreft, wijst zij de klager onverwijld op deze mogelijkheid en draagt zij het klaagschrift over, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, aan de raad dan wel Onze Minister ter afhandeling, tenzij de klager kenbaar heeft gemaakt dat het klaagschrift aan hem moet worden teruggezonden. Het tijdstip van ontvangst bij de klachtencommissie is bepalend voor de vraag of het klaagschrift tijdig is ingediend.
2. Indien naar het oordeel van de klachtencommissie ten aanzien van de in het klaagschrift bedoelde gedraging voor de klager de mogelijkheid openstaat de klacht in te dienen bij de raad of bij Onze Minister indien het een klacht tegen de algemeen directeur betreft, wijst zij de klager onverwijld op deze mogelijkheid en draagt zij het klaagschrift over, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, aan de raad dan wel Onze Minister ter afhandeling, tenzij de klager kenbaar heeft gemaakt dat het klaagschrift aan hem moet worden teruggezonden. Het tijdstip van ontvangst bij de klachtencommissie is bepalend voor de vraag of het klaagschrift tijdig is ingediend.