BWBR0020229
Geldig vanaf 2006-09-20
Artikel 11
Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming
1. Binnen een door de klachtencommissie te bepalen termijn worden ten behoeve van de beoordeling van de klacht de onder de raad, degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, en bij anderen berustende stukken aan haar overgelegd nadat zij hiertoe schriftelijk een verzoek heeft gedaan. De klachtencommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen.
2. Degenen die ingevolge het eerste lid verplicht zijn stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het overleggen van stukken of het geven van inlichtingen weigeren of de klachtencommissie mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de stukken of de inlichtingen.
3. De klachtencommissie beslist of de in het tweede lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
4. Indien de klachtencommissie heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.
2. Degenen die ingevolge het eerste lid verplicht zijn stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het overleggen van stukken of het geven van inlichtingen weigeren of de klachtencommissie mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de stukken of de inlichtingen.
3. De klachtencommissie beslist of de in het tweede lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
4. Indien de klachtencommissie heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.