BWBR0020031
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 21g
Wet maatschappelijke ondersteuning
1. Het steunpunt huiselijk geweld verstrekt aan een betrokkene desgevraagd zo spoedig mogelijk inzage in en afschrift van de bescheiden waarover deze met betrekking tot die betrokkene beschikt.
2. Inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de betrokkene geweigerd, indien deze:
a. jonger dan twaalf jaren is, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
3. Indien de betrokkene jonger is dan zestien jaren, of de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden desgevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt, tenzij het belang van de betrokkene zich daartegen verzet.
4. Inlichtingen over, inzage in of afschrift van bescheiden kan worden geweigerd, voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de betrokkene daardoor zou worden geschaad dan wel dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, of om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen dan wel een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
5. Voor de verstrekking van een afschrift kan een vergoeding worden gevraagd overeenkomstig de krachtens <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 39 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>gestelde regels.
2. Inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de betrokkene geweigerd, indien deze:
a. jonger dan twaalf jaren is, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
3. Indien de betrokkene jonger is dan zestien jaren, of de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden desgevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt, tenzij het belang van de betrokkene zich daartegen verzet.
4. Inlichtingen over, inzage in of afschrift van bescheiden kan worden geweigerd, voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de betrokkene daardoor zou worden geschaad dan wel dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, of om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen dan wel een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
5. Voor de verstrekking van een afschrift kan een vergoeding worden gevraagd overeenkomstig de krachtens <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 39 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>gestelde regels.