BWBR0020031
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 10b
Wet maatschappelijke ondersteuning
1. Het college van burgemeester en wethouders ziet er op toe dat:
a. een derde die maatschappelijke ondersteuning verleent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 2°, 3°, 5°, 6° of 7°, een meldcode vaststelt, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden;
b. indien een derde als bedoeld in het eerste lid beschikt over personeel, hij de kennis en het gebruik van die meldcode onder het personeel bevordert.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.
a. een derde die maatschappelijke ondersteuning verleent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 2°, 3°, 5°, 6° of 7°, een meldcode vaststelt, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden;
b. indien een derde als bedoeld in het eerste lid beschikt over personeel, hij de kennis en het gebruik van die meldcode onder het personeel bevordert.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.