BWBR0020031
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 21b
Wet maatschappelijke ondersteuning
1. Het college van burgemeester en wethouders van elk van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten draagt zorg voor de organisatie van een steunpunt huiselijk geweld, ten behoeve van die gemeente en de omliggende regio.
2. Een steunpunt huiselijk geweld oefent de volgende taken uit:
a. het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld;
b. het in kennis stellen van een instantie die passende professionele hulp kan verlenen bij huiselijk geweld, van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
c. het in kennis stellen van de politie van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
d. het in kennis stellen van het advies- en meldpunt kindermishandeling van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, als er kinderen in het gezin zijn;
e. het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stappen die naar aanleiding van de melding zijn ondernomen.
3. Het steunpunt huiselijk geweld verstrekt aan degene die een vermoeden van huiselijk geweld heeft, desgevraagd advies over de stappen die in verband daarmee kunnen worden ondernomen en verleent daarbij zo nodig ondersteuning.
4. Het college van burgemeester en wethouders van elk van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten bevordert een goede samenwerking tussen het steunpunt huiselijk geweld en het advies- en meldpunt kindermishandeling, de hulpverlenende instanties en de politie.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze van een steunpunt huiselijk geweld bij de uitoefening van de taken, bedoeld in het tweede en derde lid, en over de deskundigheid waarover een steunpunt huiselijk geweld moet beschikken om een verantwoorde uitvoering van zijn taken te kunnen realiseren.
2. Een steunpunt huiselijk geweld oefent de volgende taken uit:
a. het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld;
b. het in kennis stellen van een instantie die passende professionele hulp kan verlenen bij huiselijk geweld, van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
c. het in kennis stellen van de politie van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
d. het in kennis stellen van het advies- en meldpunt kindermishandeling van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, als er kinderen in het gezin zijn;
e. het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stappen die naar aanleiding van de melding zijn ondernomen.
3. Het steunpunt huiselijk geweld verstrekt aan degene die een vermoeden van huiselijk geweld heeft, desgevraagd advies over de stappen die in verband daarmee kunnen worden ondernomen en verleent daarbij zo nodig ondersteuning.
4. Het college van burgemeester en wethouders van elk van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten bevordert een goede samenwerking tussen het steunpunt huiselijk geweld en het advies- en meldpunt kindermishandeling, de hulpverlenende instanties en de politie.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze van een steunpunt huiselijk geweld bij de uitoefening van de taken, bedoeld in het tweede en derde lid, en over de deskundigheid waarover een steunpunt huiselijk geweld moet beschikken om een verantwoorde uitvoering van zijn taken te kunnen realiseren.