BWBR0020031
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 21f
Wet maatschappelijke ondersteuning
1. Indien aan een steunpunt huiselijk geweld bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, persoonsgegevens worden verstrekt door een ander dan de betrokkene, brengt hij, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>, de betrokkene hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na het moment van vastlegging van de hem betreffende gegevens, op de hoogte.
2. De in het eerste lid genoemde termijn kan door het steunpunt huiselijk geweld telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>kan een steunpunt huiselijk geweld de mededeling als bedoeld in dat artikel aan de betrokkene achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin het bekendmaken van de identiteit van de persoon die het huiselijk geweld of het vermoeden daarvan heeft gemeld of van de persoon van wie informatie in het kader van het onderzoek is verkregen, achterwege kan blijven.
2. De in het eerste lid genoemde termijn kan door het steunpunt huiselijk geweld telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>kan een steunpunt huiselijk geweld de mededeling als bedoeld in dat artikel aan de betrokkene achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin het bekendmaken van de identiteit van de persoon die het huiselijk geweld of het vermoeden daarvan heeft gemeld of van de persoon van wie informatie in het kader van het onderzoek is verkregen, achterwege kan blijven.