BWBR0019998
Geldig vanaf 2006-07-01
Artikel 7.2
Voorziening tot samenwerking Politie Nederland
1. De voor de uitvoering van de voorziening tot samenwerking benodigde financiële middelen worden door de deelnemers verschaft door middel van het verstrekken van jaarlijkse bijdragen aan Politie Nederland en betaling van kostendekkende tarieven voor geleverde goederen en diensten.
2. De jaarlijkse bijdragen kunnen bestaan uit een basisbijdrage en een of meer bestemmingsbijdragen voor de uitoefening van bepaalde taken.
3. De jaarlijkse bijdragen verschuldigd door de deelnemers worden naar evenredigheid vastgesteld op basis van de financiële verhoudingen tussen de korpsen, zoals deze kunnen worden afgeleid uit de op grond van de krachtens artikel 2 van het Besluit financiën regionale politiekorpsenvastgestelde budgetverdeeleenheden in het jaar waarvoor de begroting geldt. Voor de berekening van de bijdragen van de minister wordt door hem op basis van de begroting van de Korps landelijke politiediensten een fictief aantal budgetverdeeleenheden vastgesteld.
4. In de begroting voor het desbetreffende kalenderjaar wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer dat jaar verschuldigd is aan Politie Nederland.
5. De deelnemers betalen telkens voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober een vierde van de voor dat jaar vastgestelde bijdrage.
6. De deelnemers dragen er zorg voor dat Politie Nederland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2. De jaarlijkse bijdragen kunnen bestaan uit een basisbijdrage en een of meer bestemmingsbijdragen voor de uitoefening van bepaalde taken.
3. De jaarlijkse bijdragen verschuldigd door de deelnemers worden naar evenredigheid vastgesteld op basis van de financiële verhoudingen tussen de korpsen, zoals deze kunnen worden afgeleid uit de op grond van de krachtens artikel 2 van het Besluit financiën regionale politiekorpsenvastgestelde budgetverdeeleenheden in het jaar waarvoor de begroting geldt. Voor de berekening van de bijdragen van de minister wordt door hem op basis van de begroting van de Korps landelijke politiediensten een fictief aantal budgetverdeeleenheden vastgesteld.
4. In de begroting voor het desbetreffende kalenderjaar wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer dat jaar verschuldigd is aan Politie Nederland.
5. De deelnemers betalen telkens voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober een vierde van de voor dat jaar vastgestelde bijdrage.
6. De deelnemers dragen er zorg voor dat Politie Nederland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.