BWBR0019998
Geldig vanaf 2006-07-01
Artikel 7.3
Voorziening tot samenwerking Politie Nederland
1. Het bestuur stelt jaarlijks uiterlijk 1 juli de voorgenomen activiteiten vast en de bijdragen die de deelnemers in het daarop volgende jaar verschuldigd zijn. Tevens stelt het bestuur uiterlijk 1 juli de tarieven vast die per goed of dienst door Politie Nederland in het daaropvolgende kalenderjaar ten hoogste in rekening worden gebracht. De voorgenomen activiteiten, de verschuldigde bijdragen en de tarieven worden zodra ze zijn vastgesteld meegedeeld aan de regionale colleges in de vorm van de kaderbrief bedoeld in artikel 6 van het Besluit.
2. Het bestuur stelt een ontwerpbegroting en meerjarenraming op. De vergadering van korpschefs wordt in de gelegenheid gesteld daarover aan het bestuur advies uit te brengen. Daartoe zendt het bestuur de ontwerpbegroting en meerjarenraming ten minste zes weken voordat ze worden vastgesteld aan de voorzitter van vergadering van korpschefs.
3. Het bestuur stelt jaarlijks uiterlijk 15 november de sluitende begroting voor het volgende kalenderjaar vast en een sluitende meerjarenraming.
4. De begroting bevat een beleidsmatige onderbouwing en geeft inzicht in de financiële verhoudingen tussen de voorziening tot samenwerking en de deelnemers wat betreft het vermogen en het resultaat. De meerjarenraming bevat een uitgewerkt overzicht van de te ondernemen activiteiten in de drie jaar die volgen op het begrotingsjaar.
5. Het bestuur kan de begroting wijzigen.
6. Indien een wijziging van de begroting aanleiding geeft de tarieven, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, aan te passen, deelt het bestuur de gewijzigde tarieven, nadat ze zijn vastgesteld, onverwijld mee aan de deelnemers.
2. Het bestuur stelt een ontwerpbegroting en meerjarenraming op. De vergadering van korpschefs wordt in de gelegenheid gesteld daarover aan het bestuur advies uit te brengen. Daartoe zendt het bestuur de ontwerpbegroting en meerjarenraming ten minste zes weken voordat ze worden vastgesteld aan de voorzitter van vergadering van korpschefs.
3. Het bestuur stelt jaarlijks uiterlijk 15 november de sluitende begroting voor het volgende kalenderjaar vast en een sluitende meerjarenraming.
4. De begroting bevat een beleidsmatige onderbouwing en geeft inzicht in de financiële verhoudingen tussen de voorziening tot samenwerking en de deelnemers wat betreft het vermogen en het resultaat. De meerjarenraming bevat een uitgewerkt overzicht van de te ondernemen activiteiten in de drie jaar die volgen op het begrotingsjaar.
5. Het bestuur kan de begroting wijzigen.
6. Indien een wijziging van de begroting aanleiding geeft de tarieven, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, aan te passen, deelt het bestuur de gewijzigde tarieven, nadat ze zijn vastgesteld, onverwijld mee aan de deelnemers.