BWBR0019998
Geldig vanaf 2006-07-01
Artikel 9.1
Voorziening tot samenwerking Politie Nederland
1. De voorziening tot samenwerking kan worden opgeheven of gewijzigd met een daartoe strekkend besluit van alle deelnemers.
2. Met betrekking tot de regio’s worden de in het eerste lid bedoelde besluiten genomen door de korpsbeheerder, na instemming van het regionaal college van de regio waarvan hij korpsbeheerder is, voor het Rijk door de minister.
3. De in het eerste lid bedoelde besluiten kunnen niet worden genomen dan na een voorstel daartoe van het bestuur.
4. In geval van opheffing van de voorziening tot samenwerking regelt het bestuur de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van bepalingen van de voorziening tot samenwerking worden afgeweken.
5. Het liquidatieplan wordt door het bestuur, de regionale colleges gehoord, vastgesteld.
6. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers om alle rechten en verplichtingen van Politie Nederland aan de deelnemers over te dragen op een in het plan te bepalen wijze.
7. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
8. Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
9. Het bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
2. Met betrekking tot de regio’s worden de in het eerste lid bedoelde besluiten genomen door de korpsbeheerder, na instemming van het regionaal college van de regio waarvan hij korpsbeheerder is, voor het Rijk door de minister.
3. De in het eerste lid bedoelde besluiten kunnen niet worden genomen dan na een voorstel daartoe van het bestuur.
4. In geval van opheffing van de voorziening tot samenwerking regelt het bestuur de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van bepalingen van de voorziening tot samenwerking worden afgeweken.
5. Het liquidatieplan wordt door het bestuur, de regionale colleges gehoord, vastgesteld.
6. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers om alle rechten en verplichtingen van Politie Nederland aan de deelnemers over te dragen op een in het plan te bepalen wijze.
7. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
8. Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
9. Het bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.