BWBR0019996
Geldig vanaf 2006-07-08
Artikel 8
Subsidieregeling regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen 2006–2008
1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3wordt uiterlijk 1 oktober 2006 schriftelijk ingediend bij AgentschapNL, afdeling Onderwijs en Arbeidsmarkt, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag.
2. Voor een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is opgenomen in bijlage 2behorende bij deze regeling.
3. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3bevat in ieder geval een activiteitenplan met:
a. het gebied waarop de inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, te weten: 1°. bèta-techniek;
2°. zaakvakken;
3°. moderne vreemde talen;
4°. Nederlands en NT2;
5°. rekenen/wiskunde;
6°. economie en handel;
7°. leren van docenten; of
8°. zorg;
1°. bèta-techniek;
2°. zaakvakken;
3°. moderne vreemde talen;
4°. Nederlands en NT2;
5°. rekenen/wiskunde;
6°. economie en handel;
7°. leren van docenten; of
8°. zorg;
b. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de situatie per 1 januari 2006;
c. de te bereiken resultaten en effecten in het landelijk expertisecentrum op 31 december 2008 en welke mijlpalen daartoe op 31 december 2007 moeten zijn bereikt, concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers;
d. de activiteiten die worden ondernomen om de resultaten en effecten te bereiken zoals bedoeld in onderdeel c;
e. informatie over de wijze waarop: 1°. zorg gedragen wordt voor draagvlak bij lerarenopleidingen en scholen om de te ontwikkelen inhoudelijke en vakdidactische expertise daadwerkelijk te gebruiken;
2°. lerarenopleidingen en scholen met hun ontwikkelingsvragen bij het expertisecentrum terecht kunnen;
3°. de aanvrager denkt te komen tot afspraken met de regionale samenwerkingsverbanden over beschikbaarstelling van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen;
4°. zorg gedragen wordt voor het voortbestaan van het expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode; en
1°. zorg gedragen wordt voor draagvlak bij lerarenopleidingen en scholen om de te ontwikkelen inhoudelijke en vakdidactische expertise daadwerkelijk te gebruiken;
2°. lerarenopleidingen en scholen met hun ontwikkelingsvragen bij het expertisecentrum terecht kunnen;
3°. de aanvrager denkt te komen tot afspraken met de regionale samenwerkingsverbanden over beschikbaarstelling van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen;
4°. zorg gedragen wordt voor het voortbestaan van het expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode; en
f. een aan de activiteiten gerelateerde begroting.
2. Voor een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is opgenomen in bijlage 2behorende bij deze regeling.
3. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3bevat in ieder geval een activiteitenplan met:
a. het gebied waarop de inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, te weten: 1°. bèta-techniek;
2°. zaakvakken;
3°. moderne vreemde talen;
4°. Nederlands en NT2;
5°. rekenen/wiskunde;
6°. economie en handel;
7°. leren van docenten; of
8°. zorg;
1°. bèta-techniek;
2°. zaakvakken;
3°. moderne vreemde talen;
4°. Nederlands en NT2;
5°. rekenen/wiskunde;
6°. economie en handel;
7°. leren van docenten; of
8°. zorg;
b. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de situatie per 1 januari 2006;
c. de te bereiken resultaten en effecten in het landelijk expertisecentrum op 31 december 2008 en welke mijlpalen daartoe op 31 december 2007 moeten zijn bereikt, concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers;
d. de activiteiten die worden ondernomen om de resultaten en effecten te bereiken zoals bedoeld in onderdeel c;
e. informatie over de wijze waarop: 1°. zorg gedragen wordt voor draagvlak bij lerarenopleidingen en scholen om de te ontwikkelen inhoudelijke en vakdidactische expertise daadwerkelijk te gebruiken;
2°. lerarenopleidingen en scholen met hun ontwikkelingsvragen bij het expertisecentrum terecht kunnen;
3°. de aanvrager denkt te komen tot afspraken met de regionale samenwerkingsverbanden over beschikbaarstelling van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen;
4°. zorg gedragen wordt voor het voortbestaan van het expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode; en
1°. zorg gedragen wordt voor draagvlak bij lerarenopleidingen en scholen om de te ontwikkelen inhoudelijke en vakdidactische expertise daadwerkelijk te gebruiken;
2°. lerarenopleidingen en scholen met hun ontwikkelingsvragen bij het expertisecentrum terecht kunnen;
3°. de aanvrager denkt te komen tot afspraken met de regionale samenwerkingsverbanden over beschikbaarstelling van de inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen;
4°. zorg gedragen wordt voor het voortbestaan van het expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode; en
f. een aan de activiteiten gerelateerde begroting.