BWBR0019996
Geldig vanaf 2006-07-08
Artikel 3
Subsidieregeling regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen 2006–2008
1. De minister verstrekt subsidie ten behoeve van een landelijk expertisecentrum ter bevordering van:
a. bundeling en ontwikkeling van inhoudelijke en didactische expertise op een bepaald vakgebied; en
b. overdracht van inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen, waaronder in ieder geval lerarenopleidingen die deel uitmaken van regionale samenwerkingsverbanden en scholen die met deze samenwerkingsverbanden samenwerken.
2. Subsidie wordt slechts verleend, voor zover:
a. de infrastructuur en de kennis op het specifieke terrein om inhoudelijke en didactische expertise op het desbetreffende vakgebied ten dienste van de gehele onderwijskolom primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, en van de lerarenopleidingen te bundelen en te verspreiden, aantoonbaar aanwezig is bij het landelijke expertisecentrum; en
b. de aanvraag op ten hoogste twee expertisecentra ziet.
3. Per gebied waarop inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, wordt slechts ten behoeve van één landelijk expertisecentrum subsidie verleend.
a. bundeling en ontwikkeling van inhoudelijke en didactische expertise op een bepaald vakgebied; en
b. overdracht van inhoudelijke en vakdidactische expertise aan lerarenopleidingen en scholen, waaronder in ieder geval lerarenopleidingen die deel uitmaken van regionale samenwerkingsverbanden en scholen die met deze samenwerkingsverbanden samenwerken.
2. Subsidie wordt slechts verleend, voor zover:
a. de infrastructuur en de kennis op het specifieke terrein om inhoudelijke en didactische expertise op het desbetreffende vakgebied ten dienste van de gehele onderwijskolom primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, en van de lerarenopleidingen te bundelen en te verspreiden, aantoonbaar aanwezig is bij het landelijke expertisecentrum; en
b. de aanvraag op ten hoogste twee expertisecentra ziet.
3. Per gebied waarop inhoudelijke en vakdidactische expertise wordt ontwikkeld, wordt slechts ten behoeve van één landelijk expertisecentrum subsidie verleend.