BWBR0019996
Geldig vanaf 2006-07-08
Artikel 12
Subsidieregeling regionale samenwerkingsverbanden en landelijke expertisecentra lerarenopleidingen 2006–2008
1. De beoordelingscommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief oordeel op de aanvraag om subsidie voor een landelijk expertisecentrum indien de:
a. aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden; of
b. aanwezige deskundigheid binnen het expertisecentrum geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het activiteitenplan, respectievelijk het in stand houden van het centrum.
2. De beoordeling van de aanvragen van de landelijke expertisecentra geschiedt met inachtneming van de verscheidenheid in typen inhoudelijke en vakdidactische expertise.
3. De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert in ieder geval op:
a. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling;
b. de kwaliteit van de aanvraag;
c. het draagvlak bij de lerarenopleidingen en scholen;
d. het vertrouwen in het voortbestaan van het landelijk expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de criteria, bedoeld in het tweede en derde lid, even zwaar.
a. aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden; of
b. aanwezige deskundigheid binnen het expertisecentrum geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het activiteitenplan, respectievelijk het in stand houden van het centrum.
2. De beoordeling van de aanvragen van de landelijke expertisecentra geschiedt met inachtneming van de verscheidenheid in typen inhoudelijke en vakdidactische expertise.
3. De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert in ieder geval op:
a. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling;
b. de kwaliteit van de aanvraag;
c. het draagvlak bij de lerarenopleidingen en scholen;
d. het vertrouwen in het voortbestaan van het landelijk expertisecentrum na afloop van de subsidieperiode.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de criteria, bedoeld in het tweede en derde lid, even zwaar.