BWBR0019763
Geldig vanaf 2006-05-06
Artikel 13
Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect
Voor de inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:
a. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde examen, verbonden aan de bacheloropleiding Vormgeving, uitstroomprofiel Ruimtelijk Ontwerp, mits betrokkene uiterlijk op 31 december 2010 een aanvang heeft gemaakt met de studie voor dat getuigschrift en in de bijlage van het getuigschrift is vermeld dat is voldaan aan artikel 11 van de Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect zoals deze luidde op 30 juni 2012, afgegeven door: 1° de Gerrit Rietveld academie;
2° ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten;
3° Avans Hogeschool;
4° de Hogeschool der Kunsten Den Haag;
5° de Hanzehogeschool Groningen:
6° de Hogeschool Zuyd;
7° de Hogeschool Rotterdam;
8° de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, of
1° de Gerrit Rietveld academie;
2° ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten;
3° Avans Hogeschool;
4° de Hogeschool der Kunsten Den Haag;
5° de Hanzehogeschool Groningen:
6° de Hogeschool Zuyd;
7° de Hogeschool Rotterdam;
8° de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, of
b. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen op het gebied van de interieurarchitectuur, afgegeven door: 1°. de Gerrit Rietveld Academie;
2°. de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem;
3°. de Chr. Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’;
4°. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland;
5°. de Hogeschool Brabant;
6°. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;
7°. de Rijkshogeschool Groningen;
8°. de Rijkshogeschool Maastricht;
9°. de Hogeschool Rotterdam en Omstreken of
10°. de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, dan wel een van de instellingen waaruit de genoemde instellingen ontstaan zijn, of
1°. de Gerrit Rietveld Academie;
2°. de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem;
3°. de Chr. Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’;
4°. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland;
5°. de Hogeschool Brabant;
6°. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;
7°. de Rijkshogeschool Groningen;
8°. de Rijkshogeschool Maastricht;
9°. de Hogeschool Rotterdam en Omstreken of
10°. de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht,
c. het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet, artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie voor Beeldende kunsten, afdeling architectonische vormgeving, waarop is aangeduid dat het examen betrekking had op de interieurvormgeving.
a. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde examen, verbonden aan de bacheloropleiding Vormgeving, uitstroomprofiel Ruimtelijk Ontwerp, mits betrokkene uiterlijk op 31 december 2010 een aanvang heeft gemaakt met de studie voor dat getuigschrift en in de bijlage van het getuigschrift is vermeld dat is voldaan aan artikel 11 van de Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect zoals deze luidde op 30 juni 2012, afgegeven door: 1° de Gerrit Rietveld academie;
2° ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten;
3° Avans Hogeschool;
4° de Hogeschool der Kunsten Den Haag;
5° de Hanzehogeschool Groningen:
6° de Hogeschool Zuyd;
7° de Hogeschool Rotterdam;
8° de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, of
1° de Gerrit Rietveld academie;
2° ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten;
3° Avans Hogeschool;
4° de Hogeschool der Kunsten Den Haag;
5° de Hanzehogeschool Groningen:
6° de Hogeschool Zuyd;
7° de Hogeschool Rotterdam;
8° de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, of
b. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen op het gebied van de interieurarchitectuur, afgegeven door: 1°. de Gerrit Rietveld Academie;
2°. de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem;
3°. de Chr. Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’;
4°. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland;
5°. de Hogeschool Brabant;
6°. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;
7°. de Rijkshogeschool Groningen;
8°. de Rijkshogeschool Maastricht;
9°. de Hogeschool Rotterdam en Omstreken of
10°. de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, dan wel een van de instellingen waaruit de genoemde instellingen ontstaan zijn, of
1°. de Gerrit Rietveld Academie;
2°. de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem;
3°. de Chr. Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’;
4°. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland;
5°. de Hogeschool Brabant;
6°. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;
7°. de Rijkshogeschool Groningen;
8°. de Rijkshogeschool Maastricht;
9°. de Hogeschool Rotterdam en Omstreken of
10°. de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht,
c. het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet, artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie voor Beeldende kunsten, afdeling architectonische vormgeving, waarop is aangeduid dat het examen betrekking had op de interieurvormgeving.