BWBR0019741
Geldig vanaf 2025-11-01
Artikel 6d
Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen
1. De gedetineerde in een extra beveiligde inrichting of een afdeling voor intensief toezicht die een verzoek indient tot toepassing van het bepaalde in artikel 40b, vierde lid, van de wet, vermeldt in het verzoek de bijzondere toestand of gebeurtenis waarvoor om tijdelijke verruiming wordt verzocht, de concrete noodzaak voor die tijdelijke verruiming alsmede de wens op welke wijze door de Minister invulling aan die tijdelijke verruiming zou moeten worden gegeven, waarbij bewijsstukken worden overgelegd waaruit van de bijzondere toestand of gebeurtenis en de noodzaak voor tijdelijke verruiming blijkt.
2. De Minister beslist over de precieze invulling en de duur van de tijdelijke verruiming genoemd in artikel 6c, tweede liden kan daaraan voorwaarden verbinden. Voordat de Minister beslist krijgt de gedetineerde de gelegenheid zijn verzoek schriftelijk of mondeling toe te lichten.
3. De Minister kan te allen tijde een reeds toegestaan contact of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen en daar nadere voorwaarden aan verbinden, indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. De Minister wordt onverwijld door de directeur van gewijzigde omstandigheden in kennis gesteld.
2. De Minister beslist over de precieze invulling en de duur van de tijdelijke verruiming genoemd in artikel 6c, tweede liden kan daaraan voorwaarden verbinden. Voordat de Minister beslist krijgt de gedetineerde de gelegenheid zijn verzoek schriftelijk of mondeling toe te lichten.
3. De Minister kan te allen tijde een reeds toegestaan contact of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen en daar nadere voorwaarden aan verbinden, indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. De Minister wordt onverwijld door de directeur van gewijzigde omstandigheden in kennis gesteld.