BWBR0019741
Geldig vanaf 2025-11-01
Artikel 6b
Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen
1. De gedetineerde geeft ten minste 48 uur voorafgaand aan het telefoongesprek binnen Nederland aan in welke taal hij het telefoongesprek wenst te voeren.
2. Plaatsen binnen Nederland als bedoeld in artikel 39, zesde lid, van de wetzijn in beginsel de penitentiaire inrichtingen zoals genoemd in de bijlagevan deze regeling.
3. Voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de wet, dient de gedetineerde een schriftelijke aanvraag te doen bij de directeur. Bij deze aanvraag wordt in ieder geval vermeld in welke taal de gedetineerde de telefoongesprekken wenst te voeren, een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de persoon gevoegd en een gelegaliseerd bewijs van inschrijving, dan wel een bewijs van inschrijving voorzien van een apostille gevoegd niet ouder dan twaalf maanden waaruit blijkt dat de persoon met wie de gedetineerde telefoneert een vaste woon- of verblijfplaats heeft in het buitenland.
4. De directeur neemt de aanvraag van de gedetineerde voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland in ontvangst. Deze aanvraag dient de directeur met de stukken bij de Minister in.
5. De Minister bepaalt aan de hand van de aanvraag of toestemming voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland wordt verleend.
6. Indien toestemming door de Minister wordt verleend, wordt daarbij bepaald voor welke periode de toestemming wordt gegeven, in welke taal de telefoongesprekken worden gevoerd en op welke locatie de telefoongesprekken plaatsvinden. Tevens kan de Minister aanvullende voorwaarden stellen aan de telefoongesprekken buiten Nederland die dienstig zijn aan het toezicht op de telefoongesprekken of aan het identificeren van de persoon met wie de gedetineerde telefoneert.
7. De Minister kan de toestemming intrekken, naar een andere locatie verplaatsen en daar nadere voorwaarden aan verbinden als sprake is van gewijzigde omstandigheden. De directeur informeert de Minister onverwijld over gewijzigde omstandigheden.
8. De toestemming vervalt wanneer de termijn waarvoor de toestemming is verleend is verstreken of als opnieuw toestemming wordt verleend.
2. Plaatsen binnen Nederland als bedoeld in artikel 39, zesde lid, van de wetzijn in beginsel de penitentiaire inrichtingen zoals genoemd in de bijlagevan deze regeling.
3. Voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de wet, dient de gedetineerde een schriftelijke aanvraag te doen bij de directeur. Bij deze aanvraag wordt in ieder geval vermeld in welke taal de gedetineerde de telefoongesprekken wenst te voeren, een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de persoon gevoegd en een gelegaliseerd bewijs van inschrijving, dan wel een bewijs van inschrijving voorzien van een apostille gevoegd niet ouder dan twaalf maanden waaruit blijkt dat de persoon met wie de gedetineerde telefoneert een vaste woon- of verblijfplaats heeft in het buitenland.
4. De directeur neemt de aanvraag van de gedetineerde voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland in ontvangst. Deze aanvraag dient de directeur met de stukken bij de Minister in.
5. De Minister bepaalt aan de hand van de aanvraag of toestemming voor het voeren van telefoongesprekken buiten Nederland wordt verleend.
6. Indien toestemming door de Minister wordt verleend, wordt daarbij bepaald voor welke periode de toestemming wordt gegeven, in welke taal de telefoongesprekken worden gevoerd en op welke locatie de telefoongesprekken plaatsvinden. Tevens kan de Minister aanvullende voorwaarden stellen aan de telefoongesprekken buiten Nederland die dienstig zijn aan het toezicht op de telefoongesprekken of aan het identificeren van de persoon met wie de gedetineerde telefoneert.
7. De Minister kan de toestemming intrekken, naar een andere locatie verplaatsen en daar nadere voorwaarden aan verbinden als sprake is van gewijzigde omstandigheden. De directeur informeert de Minister onverwijld over gewijzigde omstandigheden.
8. De toestemming vervalt wanneer de termijn waarvoor de toestemming is verleend is verstreken of als opnieuw toestemming wordt verleend.