BWBR0019741
Geldig vanaf 2025-11-01
Artikel 6c
Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen
1. Een tijdelijke verruiming als bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de wetkan worden verleend mits de veiligheid dit toestaat en als de wekelijkse contactmomenten op grond van de wetniet kunnen worden afgewacht en contact noodzakelijk is wegens een bijzondere omstandigheid in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde:
a. geboorte van een kind van de gedetineerde;
b. aanstaand of daadwerkelijk overlijden van de levenspartner, een kind, ouder, schoonouder, broer of zuster van de gedetineerde; of
c. een andere onvoorziene klemmende reden gelegen in de persoonlijke sfeer.
2. Een tijdelijke verruiming bestaat uit:
a. één uur extra ontvangst van bezoek in één week;
b. het voeren van één extra telefoongesprek van maximaal tien minuten in één week; of
c. één extra minderjarige dan wel meerderjarige bezoeker tijdens het wekelijkse bezoekmoment op grond van de wet.
3. Voordat een tijdelijke verruiming wordt verleend, dient ten aanzien van de persoon waarmee extra contact wordt toegestaan vast te staan dat:
a. de beweerde band bestaat,
b. de relatie hecht is,
c. de persoon waarmee extra contact wordt toegestaan daartegen geen bezwaar heeft, en
d. uit onderzoek van de directeur is gebleken dat geen bezwaar bestaat tegen contact tussen de gedetineerde en die persoon.
4. Van een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a respectievelijk b kan slechts sprake zijn indien de desbetreffende toestand of gebeurtenis door een arts respectievelijk door de burgerlijke stand is bevestigd.
a. geboorte van een kind van de gedetineerde;
b. aanstaand of daadwerkelijk overlijden van de levenspartner, een kind, ouder, schoonouder, broer of zuster van de gedetineerde; of
c. een andere onvoorziene klemmende reden gelegen in de persoonlijke sfeer.
2. Een tijdelijke verruiming bestaat uit:
a. één uur extra ontvangst van bezoek in één week;
b. het voeren van één extra telefoongesprek van maximaal tien minuten in één week; of
c. één extra minderjarige dan wel meerderjarige bezoeker tijdens het wekelijkse bezoekmoment op grond van de wet.
3. Voordat een tijdelijke verruiming wordt verleend, dient ten aanzien van de persoon waarmee extra contact wordt toegestaan vast te staan dat:
a. de beweerde band bestaat,
b. de relatie hecht is,
c. de persoon waarmee extra contact wordt toegestaan daartegen geen bezwaar heeft, en
d. uit onderzoek van de directeur is gebleken dat geen bezwaar bestaat tegen contact tussen de gedetineerde en die persoon.
4. Van een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a respectievelijk b kan slechts sprake zijn indien de desbetreffende toestand of gebeurtenis door een arts respectievelijk door de burgerlijke stand is bevestigd.