BWBR0019509
Geldig vanaf 2006-02-23
Artikel 6
Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie
1. De apparatuur die wordt gebruikt voor het afwijkend gebruik van de frequentieruimte voldoet aan de volgende eisen:
a. voorzover de apparatuur wordt gebruikt voor scannen is zij voorzien van een inrichting die de nummergegevens zodanig selecteert dat het selectieproces niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk veroorzaakt;
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
c. de apparatuur is geregistreerd bij de Minister.
2. De apparatuur waarmee een afwijkend gebruik van de frequentieruimte is toegestaan, wordt opgeslagen op een door de korpschef aangewezen centrale plaats bij een regionale of landelijke eenheid van de politie.
a. voorzover de apparatuur wordt gebruikt voor scannen is zij voorzien van een inrichting die de nummergegevens zodanig selecteert dat het selectieproces niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk veroorzaakt;
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
c. de apparatuur is geregistreerd bij de Minister.
2. De apparatuur waarmee een afwijkend gebruik van de frequentieruimte is toegestaan, wordt opgeslagen op een door de korpschef aangewezen centrale plaats bij een regionale of landelijke eenheid van de politie.