BWBR0019509
Geldig vanaf 2006-02-23
Artikel 5
Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie
1. De periode als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, bedraagt:
a. in geval van scannen ten hoogste zeven dagen;
b. in geval van jammen ten hoogste 24 uur.
2. Het afwijkend gebruik van de frequentieruimte geschiedt niet langer dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde operationele doel. Het daarbij gebruikte vermogen is niet groter dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde operationele doel.
a. in geval van scannen ten hoogste zeven dagen;
b. in geval van jammen ten hoogste 24 uur.
2. Het afwijkend gebruik van de frequentieruimte geschiedt niet langer dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde operationele doel. Het daarbij gebruikte vermogen is niet groter dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde operationele doel.