BWBR0019396
Geldig vanaf 2006-01-06
Artikel 29
Regeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO
1. Binnen zes maanden na afloop van de activiteiten waarvoor een subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger bij de Stichting een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2. De aanvraag voor subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk verslag;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening;
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meerdere andere personen dan de persoon of personen die op grond van de statuten bevoegd is/zijn de aanvrager te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds afzonderlijk in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. De jaarrekening hoeft, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie;
b. een subsidie aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
5. Indien na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, kan de Stichting de subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.
6. Indien na afloop van de in het vorige lid gestelde termijn geen aanvraag is ingediend, kan de Stichting de subsidie ambtshalve vaststellen.
2. De aanvraag voor subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk verslag;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening;
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meerdere andere personen dan de persoon of personen die op grond van de statuten bevoegd is/zijn de aanvrager te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds afzonderlijk in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. De jaarrekening hoeft, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie;
b. een subsidie aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
5. Indien na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, kan de Stichting de subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.
6. Indien na afloop van de in het vorige lid gestelde termijn geen aanvraag is ingediend, kan de Stichting de subsidie ambtshalve vaststellen.