BWBR0019396
Geldig vanaf 2006-01-06
Artikel 24
Regeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO
1. In de gevallen, genoemd in artikel 4:41, tweede lid, van de Awbis de subsidieontvanger een door de Stichting te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. In voorkomende gevallen doet de subsidieontvanger zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Stichting.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de activiteiten van de subsidieontvanger, na toestemming van de Stichting, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom worden overgedragen.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de activiteiten van de subsidieontvanger, na toestemming van de Stichting, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom worden overgedragen.