BWBR0018822
Geldig vanaf 2005-12-27
Artikel 8
Besluit locatiegebonden subsidies 2005
1. Onze Minister verleent bij wijze van voorschot in elk kalenderjaar van het tijdvak binnen twee maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het voorgaande kalenderjaar, aan de rechtstreekse regio’s en de provincies subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad. Het voorschot wordt betaald binnen de termijn, genoemd in de eerste volzin.
2. De subsidie en het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het bedrag per woning, vermenigvuldigd met 65% van het aantal voor dat kalenderjaar in het betreffende convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e.
3. Het bedrag per woning, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het in bijlage 2, tabel A, kolom 2, en tabel B, kolom 3, bij die rechtstreekse regio of provincie genoemde subsidieplafond te delen door het in die bijlage, tabel A, kolom 3 en tabel B, kolom 4, bij die rechtstreekse regio of provincie genoemde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
4. De subsidies, bedoeld in dit artikel, worden slechts verleend voorzover de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, dat toelaten.
2. De subsidie en het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het bedrag per woning, vermenigvuldigd met 65% van het aantal voor dat kalenderjaar in het betreffende convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e.
3. Het bedrag per woning, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het in bijlage 2, tabel A, kolom 2, en tabel B, kolom 3, bij die rechtstreekse regio of provincie genoemde subsidieplafond te delen door het in die bijlage, tabel A, kolom 3 en tabel B, kolom 4, bij die rechtstreekse regio of provincie genoemde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
4. De subsidies, bedoeld in dit artikel, worden slechts verleend voorzover de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, dat toelaten.