BWBR0018822
Geldig vanaf 2005-12-27
Artikel 13
Besluit locatiegebonden subsidies 2005
1. De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad over het tijdvak wordt vastgesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2009.
2. Het bedrag van de subsidie over het tijdvak wordt vastgesteld op het bedrag per woning berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens de in het eerste lid bedoelde woningstatistieken in het tijdvak gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
3. In afwijking van het tweede lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:
a. de subsidie niet of niet geheel is besteed aan het doel waarvoor zij is verleend;
b. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
c. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
2. Het bedrag van de subsidie over het tijdvak wordt vastgesteld op het bedrag per woning berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens de in het eerste lid bedoelde woningstatistieken in het tijdvak gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
3. In afwijking van het tweede lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:
a. de subsidie niet of niet geheel is besteed aan het doel waarvoor zij is verleend;
b. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
c. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.