BWBR0018822
Geldig vanaf 2005-12-27
Artikel 3
Besluit locatiegebonden subsidies 2005
Een convenant woningbouwafspraken vermeldt in elk geval:
a. het tijdvak;
b. het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak;
c. het drempelpercentage;
d. de planning van het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in ieder afzonderlijk kalenderjaar van het tijdvak;
e. het aantal woningen dat aan de woningvoorraad toegevoegd had moeten zijn op voet van een uitvoeringscontract of ontwikkelingscontract als bedoeld in artikel 5, respectievelijk artikel 6a, van het Besluit locatiegebonden subsidies, maar niet is toegevoegd en alsnog in het tijdvak dient te worden toegevoegd;
f. de wijze waarop het convenant kan worden gewijzigd indien omstandigheden een dergelijke wijziging noodzakelijk maken;
g. het subsidiebedrag dat het Rijk beschikbaar heeft voor de afgesproken toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak, en
h. het per 1 januari 2010 na te streven woningtekort, bedoeld in artikel 2, vijfde lid.
a. het tijdvak;
b. het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak;
c. het drempelpercentage;
d. de planning van het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in ieder afzonderlijk kalenderjaar van het tijdvak;
e. het aantal woningen dat aan de woningvoorraad toegevoegd had moeten zijn op voet van een uitvoeringscontract of ontwikkelingscontract als bedoeld in artikel 5, respectievelijk artikel 6a, van het Besluit locatiegebonden subsidies, maar niet is toegevoegd en alsnog in het tijdvak dient te worden toegevoegd;
f. de wijze waarop het convenant kan worden gewijzigd indien omstandigheden een dergelijke wijziging noodzakelijk maken;
g. het subsidiebedrag dat het Rijk beschikbaar heeft voor de afgesproken toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak, en
h. het per 1 januari 2010 na te streven woningtekort, bedoeld in artikel 2, vijfde lid.