BWBR0018382
Geldig vanaf 2005-07-01
Artikel 12
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005
1. De secretaris-generaal is bij uitsluiting van anderen gemandateerd met betrekking tot:
a. koninklijke onderscheidingen,
b. voorstellen voor het vergezellen van de bewindspersoon bij buitenlandse dienstreizen,
c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman,
d. de afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur,
e. het nemen van beloningsbesluiten ten aanzien van ambtenaren, waarbij een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie of het hoofd van een agentschap als direct-leidinggevende optreedt,
f. het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van personele aangelegenheden, onverminderd artikel 12, eerste lid, onderdeel e, en artikel 15, voor zover het betreft: 1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben ten aanzien van directeuren, het hoofd van de erfgoedinspectie, de hoofden van projecten en van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
2. beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
3. ontslagbesluiten ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, en
4. aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de artikelen 35, onder c en d, 37, derde lid, onder c, 38, derde lid, 66, 69 en 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van een ambtenaar in schaal 17 en hoger,
1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben ten aanzien van directeuren, het hoofd van de erfgoedinspectie, de hoofden van projecten en van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
2. beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
3. ontslagbesluiten ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, en
4. aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de artikelen 35, onder c en d, 37, derde lid, onder c, 38, derde lid, 66, 69 en 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van een ambtenaar in schaal 17 en hoger,
g. het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in artikel 13,
h. het nemen van besluiten die voor alle ambtenaren van het ministerie gelden,
i. het openstellen van externe vacatures,
j. het bepalen van een standpunt inzake een gemeld vermoeden van een misstand,
k. besluiten inhoudende reorganisatieontslag, ontslag als bedoeld in artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorwaardelijk strafontslag of onvoorwaardelijk strafontslag,
l. voorstellen tot verzelfstandiging van een organisatieonderdeel,
m. de opstelling van het departementale bestedingsplan, waaronder inbegrepen het doen van voorstellen aan de minister met betrekking tot verschuiven van delen van budgetten tussen directeuren-generaal, inspecteur-generaal, directeur van de Erfgoedinspectie en hoofden van agentschappen,
n. de verlening van voorschotten als bedoeld in de Regeling verlening voorschotten 2004, voortvloeiend uit verplichtingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel h, van bedragen die hoger zijn dan € 5.000.000,
o. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst, en
p. het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is; en
q. het beslissen op bezwaren die behandeld zijn overeenkomstig artikel 6 van de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW.
2. Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, is niet mogelijk.
a. koninklijke onderscheidingen,
b. voorstellen voor het vergezellen van de bewindspersoon bij buitenlandse dienstreizen,
c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman,
d. de afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur,
e. het nemen van beloningsbesluiten ten aanzien van ambtenaren, waarbij een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie of het hoofd van een agentschap als direct-leidinggevende optreedt,
f. het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van personele aangelegenheden, onverminderd artikel 12, eerste lid, onderdeel e, en artikel 15, voor zover het betreft: 1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben ten aanzien van directeuren, het hoofd van de erfgoedinspectie, de hoofden van projecten en van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
2. beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
3. ontslagbesluiten ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, en
4. aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de artikelen 35, onder c en d, 37, derde lid, onder c, 38, derde lid, 66, 69 en 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van een ambtenaar in schaal 17 en hoger,
1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben ten aanzien van directeuren, het hoofd van de erfgoedinspectie, de hoofden van projecten en van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
2. beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger,
3. ontslagbesluiten ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, en
4. aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de artikelen 35, onder c en d, 37, derde lid, onder c, 38, derde lid, 66, 69 en 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van een ambtenaar in schaal 17 en hoger,
g. het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in artikel 13,
h. het nemen van besluiten die voor alle ambtenaren van het ministerie gelden,
i. het openstellen van externe vacatures,
j. het bepalen van een standpunt inzake een gemeld vermoeden van een misstand,
k. besluiten inhoudende reorganisatieontslag, ontslag als bedoeld in artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorwaardelijk strafontslag of onvoorwaardelijk strafontslag,
l. voorstellen tot verzelfstandiging van een organisatieonderdeel,
m. de opstelling van het departementale bestedingsplan, waaronder inbegrepen het doen van voorstellen aan de minister met betrekking tot verschuiven van delen van budgetten tussen directeuren-generaal, inspecteur-generaal, directeur van de Erfgoedinspectie en hoofden van agentschappen,
n. de verlening van voorschotten als bedoeld in de Regeling verlening voorschotten 2004, voortvloeiend uit verplichtingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel h, van bedragen die hoger zijn dan € 5.000.000,
o. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst, en
p. het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is; en
q. het beslissen op bezwaren die behandeld zijn overeenkomstig artikel 6 van de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW.
2. Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, is niet mogelijk.