BWBR0018382
Geldig vanaf 2005-07-01
Artikel 11
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005
1. De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie, de hoofden van de agentschappen en de directeuren kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen, onverminderd artikel 9, vierde lid, artikel 12, tweede lid, en artikel 13, derde lid. Zij bepalen in hoeverre het verlenen van verder ondermandaat mogelijk is.
2. Voor het verlenen van ondermandaat door een directeur die ressorteert onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal, is de goedkeuring door de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal onderscheidenlijk de directeur-generaal vereist. Voor machtiging om op treden in gerechtelijke procedures en ondermandaat inzake het passeren van notariële akten is de goedkeuring niet vereist.
3. De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van krachtens dit besluit verleende algemene ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. De inspecteur-generaal en de hoofden van de agentschappen dragen zorg voor bekendmaking van de krachtens dit besluit door hen verleende ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie.
4. De directeur Personeel en Organisatie houdt een register bij van de handtekeningen van de krachtens dit besluit gemandateerden.
2. Voor het verlenen van ondermandaat door een directeur die ressorteert onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal, is de goedkeuring door de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal onderscheidenlijk de directeur-generaal vereist. Voor machtiging om op treden in gerechtelijke procedures en ondermandaat inzake het passeren van notariële akten is de goedkeuring niet vereist.
3. De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van krachtens dit besluit verleende algemene ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. De inspecteur-generaal en de hoofden van de agentschappen dragen zorg voor bekendmaking van de krachtens dit besluit door hen verleende ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie.
4. De directeur Personeel en Organisatie houdt een register bij van de handtekeningen van de krachtens dit besluit gemandateerden.