BWBR0018160
Geldig vanaf 2005-04-16
Artikel 7
Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005–2008
1. De minister betaalt een voorschot van één vierde deel van de uitkering, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, in de maand juni van het desbetreffende jaar waarvoor het voorschot is bestemd.
2. De minister betaalt in de maand juni van 2005 een voorschot op de uitkering, bedoeld in artikel 3, derde lid, van € 1,– vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2004:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.
3. De minister betaalt in de maand juni van 2006 een voorschot op de uitkering, bedoeld in artikel 3, derde lid, van € 1,50 vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2005:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het vastgestelde aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.
4. Indien een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt verlengd tot en met het jaar 2007, betaalt de Minister in de maand juni van 2007 een voorschot op de uitkering van € 1,50 vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2006:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het vastgestelde aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.
2. De minister betaalt in de maand juni van 2005 een voorschot op de uitkering, bedoeld in artikel 3, derde lid, van € 1,– vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2004:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.
3. De minister betaalt in de maand juni van 2006 een voorschot op de uitkering, bedoeld in artikel 3, derde lid, van € 1,50 vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2005:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het vastgestelde aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.
4. Indien een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt verlengd tot en met het jaar 2007, betaalt de Minister in de maand juni van 2007 een voorschot op de uitkering van € 1,50 vermenigvuldigd met het door de scholen opgegeven aantal leerlingen dat op 1 oktober 2006:
a. binnen de desbetreffende gemeente primair onderwijs volgt, of
b. binnen de desbetreffende provincie primair onderwijs volgt minus het vastgestelde aantal leerlingen dat primair onderwijs volgt binnen een gemeente die in deze provincie ligt.