BWBR0018160
Geldig vanaf 2005-04-16
Artikel 5
Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005–2008
1. Onverminderd artikel 41, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen, omvat de aanvraag voor een uitkering:
a. een analyse van de gemeentelijke of provinciale infrastructuur op het gebied van cultuurbereik, beeldende kunst en vormgeving of cultuureducatie in het primair onderwijs binnen de gemeente of provincie;
b. een opsomming van keuzes op basis van de analyse, bedoeld in onderdeel a, die past binnen het gemeentelijke of provinciale beleid in de uitkeringsperiode ten aanzien van cultuurbereik, beeldende kunst en vormgeving of cultuureducatie in het primair onderwijs;
c. een beschrijving van de beoogde meetbare doelstellingen die passen in de gemeentelijke of provinciale context die voortkomen uit de keuzelijst, bedoeld in onderdeel b, en die tevens een bijdrage leveren aan het bereiken van de rijksbrede doelstelling, bedoeld in: 1°. het Beleidskader Actieplan Cultuurbereik 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133,
2°. het Beleidskader Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133, of
3°. de Afspraak tussen de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het bestuur van het Interprovinciaal Overleg en het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over Cultuureducatie Primair Onderwijs, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133;
1°. het Beleidskader Actieplan Cultuurbereik 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133,
2°. het Beleidskader Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133, of
3°. de Afspraak tussen de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het bestuur van het Interprovinciaal Overleg en het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over Cultuureducatie Primair Onderwijs, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133;
d. de omschrijving van de wijze waarop en de lijst van indicatoren waaraan de gemeente of provincie de doelstellingen gaan meten;
e. een meerjarenbegroting overeenkomstig het als bijlage I bij deze regeling gevoegde model.
2. Indien de aanvraag een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, betreft, geeft de aanvrager tevens aan hoe gestimuleerd wordt dat:
a. passende cultuureducatieve activiteiten beschikbaar komen, en
b. netwerken van scholen en culturele instellingen tot stand worden gebracht.
3. Indien de aanvrager een college van gedeputeerde staten is, geeft het college in de aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, tevens aan hoe het college zorg gaat dragen voor de bovenlokale coördinatie, bemiddeling en afstemming tussen vraag en aanbod.
a. een analyse van de gemeentelijke of provinciale infrastructuur op het gebied van cultuurbereik, beeldende kunst en vormgeving of cultuureducatie in het primair onderwijs binnen de gemeente of provincie;
b. een opsomming van keuzes op basis van de analyse, bedoeld in onderdeel a, die past binnen het gemeentelijke of provinciale beleid in de uitkeringsperiode ten aanzien van cultuurbereik, beeldende kunst en vormgeving of cultuureducatie in het primair onderwijs;
c. een beschrijving van de beoogde meetbare doelstellingen die passen in de gemeentelijke of provinciale context die voortkomen uit de keuzelijst, bedoeld in onderdeel b, en die tevens een bijdrage leveren aan het bereiken van de rijksbrede doelstelling, bedoeld in: 1°. het Beleidskader Actieplan Cultuurbereik 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133,
2°. het Beleidskader Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133, of
3°. de Afspraak tussen de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het bestuur van het Interprovinciaal Overleg en het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over Cultuureducatie Primair Onderwijs, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133;
1°. het Beleidskader Actieplan Cultuurbereik 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133,
2°. het Beleidskader Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving 2005–2008, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133, of
3°. de Afspraak tussen de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het bestuur van het Interprovinciaal Overleg en het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over Cultuureducatie Primair Onderwijs, bedoeld in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29200 VIII, nr. 133;
d. de omschrijving van de wijze waarop en de lijst van indicatoren waaraan de gemeente of provincie de doelstellingen gaan meten;
e. een meerjarenbegroting overeenkomstig het als bijlage I bij deze regeling gevoegde model.
2. Indien de aanvraag een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, betreft, geeft de aanvrager tevens aan hoe gestimuleerd wordt dat:
a. passende cultuureducatieve activiteiten beschikbaar komen, en
b. netwerken van scholen en culturele instellingen tot stand worden gebracht.
3. Indien de aanvrager een college van gedeputeerde staten is, geeft het college in de aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 3, derde lid, tevens aan hoe het college zorg gaat dragen voor de bovenlokale coördinatie, bemiddeling en afstemming tussen vraag en aanbod.