BWBR0018121
Geldig vanaf 08-07-2005
Artikel 7
Subsidieregeling internationale literaire projecten en manifestaties
1. Het NLPVF legt iedere aanvraag die aan de formele eisen voldoet ter advisering voor aan de Adviescommissie internationale literaire manifestaties en projecten.
2. De commissie toetst de aanvragen voor internationale manifestaties op de volgende criteria:
a. Professionaliteit van de aanvrager;
b. Artistieke visie van de aanvrager;
c. Kwaliteit van de uit te nodigen schrijvers en andere deelnemers;
d. Aard en kwaliteit van het programma;
e. Internationale karakter van het programma;
f. Kwaliteit en realiteitszin van het marketingplan;
g. Publieksbereik;
h. Uitstraling (internationaal, landelijk, regionaal, plaatselijk);
i. Kwaliteit en realiteitszin van de begroting.
3. De commissie toetst de aanvragen voor internationale projecten op de volgende criteria:
a. Professionaliteit van de aanvrager;
b. Artistieke visie van de aanvrager;
c. Kwaliteit van de bij het project betrokken schrijvers en andere deelnemers;
d. Aard en kwaliteit van het project;
e. Internationale karakter van het project;
f. Kwaliteit en realiteitszin van het marketingplan;
g. Doelgroep en werkingssfeer van het project;
h. Uitstraling (internationaal, landelijk, regionaal, plaatselijk);
i. Kwaliteit en realiteitszin van de begroting.
4. Aanvragen die betrekking hebben op of komen uit een prioriteitsland hebben de voorkeur boven aanvragen met betrekking tot of uit niet-prioriteitslanden. De prioriteitslanden zijn (in 2005): Canada, Egypte, Indonesië, Japan, Marokko, de Russische Federatie, Suriname, Turkije, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, plus alle huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie, met bijzondere aandacht voor: België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Tjechië en het Verenigd Koninkrijk.
5. Aanvragen die een nieuwe dimensie toevoegen aan de internationale profilering van de Nederlandse cultuur hebben de voorkeur.
6. Bij de beoordeling van de aanvragen speelt de hoogte van de financiële bijdrage van buitenlandse zijde een belangrijke rol.
2. De commissie toetst de aanvragen voor internationale manifestaties op de volgende criteria:
a. Professionaliteit van de aanvrager;
b. Artistieke visie van de aanvrager;
c. Kwaliteit van de uit te nodigen schrijvers en andere deelnemers;
d. Aard en kwaliteit van het programma;
e. Internationale karakter van het programma;
f. Kwaliteit en realiteitszin van het marketingplan;
g. Publieksbereik;
h. Uitstraling (internationaal, landelijk, regionaal, plaatselijk);
i. Kwaliteit en realiteitszin van de begroting.
3. De commissie toetst de aanvragen voor internationale projecten op de volgende criteria:
a. Professionaliteit van de aanvrager;
b. Artistieke visie van de aanvrager;
c. Kwaliteit van de bij het project betrokken schrijvers en andere deelnemers;
d. Aard en kwaliteit van het project;
e. Internationale karakter van het project;
f. Kwaliteit en realiteitszin van het marketingplan;
g. Doelgroep en werkingssfeer van het project;
h. Uitstraling (internationaal, landelijk, regionaal, plaatselijk);
i. Kwaliteit en realiteitszin van de begroting.
4. Aanvragen die betrekking hebben op of komen uit een prioriteitsland hebben de voorkeur boven aanvragen met betrekking tot of uit niet-prioriteitslanden. De prioriteitslanden zijn (in 2005): Canada, Egypte, Indonesië, Japan, Marokko, de Russische Federatie, Suriname, Turkije, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, plus alle huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie, met bijzondere aandacht voor: België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Tjechië en het Verenigd Koninkrijk.
5. Aanvragen die een nieuwe dimensie toevoegen aan de internationale profilering van de Nederlandse cultuur hebben de voorkeur.
6. Bij de beoordeling van de aanvragen speelt de hoogte van de financiële bijdrage van buitenlandse zijde een belangrijke rol.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018121
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl